Helemaal voorkomen dat een baby plotseling en onverwacht overlijdt kan helaas niemand. Maar de afgelopen tientallen jaren is uit vele grote studies naar overleden baby's veel geleerd over de omstandigheden waaronder wiegendood zich voordoet. Dat heeft een aantal risicofactoren in kaart gebracht. Sommige daarvan zijn niet te beïnvloeden, maar vele wel. Dat heeft geleid tot een reeks aanbevelingen tot preventie, waardoor het risico zich sterk laat terugdringen.
In de Nederlandse medische wereld bestaat overeenstemming over de risicofactoren en welke men wel en welke men niet door gedrag kan beïnvloeden. Dat heeft geleid tot richtlijnen die zijn vastgelegd in de eind 1996 verschenen Consensus Preventie van Wiegendood.
De stichting baseert haar voorlichting op dit document, aangevuld met actuele bevindingen. Aangezien geen enkele risicofactor op zich kenmerkend is voor wiegendood, is het van belang ze in samenhang te zien. Aangenomen wordt dat wiegendood multifactorieel bepaald is, dat wil zeggen zich onder invloed van meer factoren tegelijk voordoet. Aangezien niet te verklaren is waarom de ene baby onder bepaalde omstandigheden overlijdt en vele andere niet, doen ongetwijfeld ook individuele, inwendige gesteldheden van de baby hun invloed gelden.
TE BEÏNVLOEDEN RISICOFACTOREN:
Tot de risicofactoren, waarop ouders en verzorgers invloed hebben, behoren:
* Slapen op de buik.
* Oververhitting of warmtestuwing, door te warm kleden of te warm beddengoed.
* Uitwendige adembelemmering.
* Onveilig bedmateriaal.
* Gebrek aan toezicht.
* Roken, zowel voor de geboorte door de moeder, als na de geboorte in aanwezigheid van de baby.
* Gebruik van drugs als heroïne, methadon en cocaïne.
* Gebruik van medicijnen met een slaapverwekkende (bij)werking.
* Keuze voor kunstvoeding.
* Veranderingen in de dagelijkse routine.
* Stofwisselingsziekten (mits door arts onderkend).
NIET OF NAUWELIJKS TE BEÏNVLOEDEN RISICOFACTOREN:
* Het mannelijk geslacht.
* Vroeggeboorte en/of te laag geboortegewicht.
* Meerling zijn.
* Jeugdig moederschap en gevorderde rangorde in het gezin.
* Infecties.
* Tot etnische minderheid behoren.
* Ongunstige sociale omstandigheden.
* Postpartum depressie.
bron: wiegedood.nl